Duimelijntje

Duimelijntje

Duimelijntje is een sprookje van Hans Christiaan Andersen. Het gaat over een meisje zo klein als een duim. Het sprookje is voor het eerst uitgegeven in 1836 en is in 1994 verfilmd.

Het sprookje Duimelijntje

In het sprookje Duimelijntje wil een vrouw heel graag een kindje. Ze komt uit bij een heks en vraagt de heks hoe ze aan een kindje komt. De heks geeft de vrouw een gerstekorrel mee en zegt haar deze te planten en lief te hebben. De vrouw stopt de gerstekorrel in een pot en geeft deze trouw water. De plant groeit en krijgt een heel mooie bloem. De vrouw kust de bloem en met een enorme knal opent de bloem. In de bloem zit een meisje dat net zo groot is als een duim. Daarom noemt de vrouw haar Duimelijntje.

De vrouw is heel lief voor Duimelijntje en laat haar spelen op een lelieblad op een bord met water. ’s Nachts slaapt ze in een mooi gelakte notendop onder een dekentje van rozenblaadjes. Op een nacht springt er een lelijke pad langs het raam. Zij ziet Duimelijntje en bedenkt dat dit een hele mooie vrouw is voor haar zoon. Ze springt door een gat in het raam naar binnen en ontvoert het meisje. De zoon is net zo lelijk als zijn moeder en kan alleen maar kwaken.

DuimelijntjeDuimelijntje wordt door de pad gevangen gehouden op een lelieblad in afwachting van het mooi maken van de modderpoel waar beiden gaan wonen. Duimelijntje is heel verdrietig en dat wordt gehoord door een paar kleine visjes. Zij weten hoe gemeen de pad is en besluiten het meisje te helpen. Ze knagen de steel van het lelieblad door en het meisje drijft weg met het lelieblad. Buiten het bereik van de pad en haar zoon.

Het blad bleef  verder drijven totdat Duimelijntje van het blad afgetrokken werd door een kever. Hij vond haar lief en mooi, ondanks dat ze niet op een kever leek. De kever was de enige van de kevers die haar echter mooi vond. De anderen vonden haar maar niets. Dun, bleek en ze leek niet eens op een kever. Uiteindelijk geloofde de kever die haar meegenomen had ook dat ze lelijk was en liet haar over aan de andere kevers. Die namen haar mee en zetten haar op een madelief en lieten haar aan haar lot over.

Een zomer en herfst woonde Duimelijntje alleen in het bos. Ze had een bedje gevlochten van gras en at honing en dronk dauwwater. Maar toen werd het winter. Het werd koud en de sneeuw maakte het nog kouder. Duimelijntje had geen warme kleren en zou doodvriezen. Ze liep door het bos en door het korenveld naast het bos. Daar kwam ze opeens terecht bij het huisje van de veldmuis. Ze klopte aan en smeekte om wat te eten. Ze had zo’n honger en had het zo koud. De veldmuis vond Duimelijntje zielig en liet haar binnen. Ze mocht opwarmen en kreeg te eten. In ruil voor het schoonhouden van het huis en het vertellen van verhaaltjes mocht Duimelijntje bij de veldmuis blijven wonen.

De veldmuis had een vriend, een mol. Wekelijks kwam hij langs en ook voor de mol zong Duimelijntje. De mol vond dat ze zo mooi zong dat hij verliefd werd op Duimelijntje. De mol had een gang gegraven van zijn huis naar het huis van de veldmuis. Duimelijntje mocht zo vaak ze wilde door de gang lopen. Ze moest alleen oppassen voor de dode vogel in de gang. Toen de mol haar op een dag naar de vogel bracht moest ze huilen. Het was een zwaluw. Die hadden Duimelijntje zoveel plezier gebracht. De veldmuis en mol praatten echter alleen maar negatief over de vogel. duimelijntje‘s Nachts ging Duimelijntje terug naar de vogel. Ze vond het zo zielig dat ze een dekentje meegenomen had om de zwaluw toe te dekken. Ze gaf hem een afscheidskusje en legde nog even haar hoofd op zijn borst. tot haar schrik hoorde ze het hartje kloppen. De zwaluw was onwel geworden door de kou, maar leefde nog. Toen het warmer werd kwam het leven terug in de vogel. De hele winter verzorgde het meisje de vogel, net zolang het weer sterk genoeg was om te vliegen. Toen het zover was wilde de zwaluw wegvliegen en Duimelijntje meenemen. Duimelijntje wist echter dat de veldmuis heel verdrietig zou worden als ze wegging dat ze beleefde weigerde.

Maar toen ging het mis. De mol vroeg haar ten huwelijk en de veldmuis dwong haar met de mol te trouwen. Ze zou onder de grond gaan wonen in een donkere gang en nooit meer de zon mogen zien. Huilend vertelde ze de veldmuis dat ze niet wilde, maar de veldmuis was onvermurwbaar. Op de trouwdag nam ze afscheid van de mol en net op dat moment kwam de zwaluw langsvliegen. Toen de zwalum weer vroeg of ze meeging deed ze het nu wel. Het werd steeds warmer en de zon werd steeds mooier. Toen ze bij het huis van de zwaluw kwamen beloofde hij haar neer te zetten op de mooiste bloem. Dat werd een bloem tussen een kapotgevallen marmeren zuil. Daar stond ze opeens oog in oog met een prins die net zo groot was als zij zelf. Het was de engel van de bloem. Hij vond haar zo mooi dat hij haar vroeg met hem te trouwen. Als huwelijkscadeau kreeg ze vleugels en zo kon ze van bloem naar bloem vliegen. Ook besloot de prins dat Duimelijntje zo mooi was dat ze geen Duimelijntje meer moest heten, maar hij noemde haar Maja.

En toen werd het tijd voor de zwaluw om weer te vertrekken, naar Denemarken, waar hij dit sprookje aan een sprookjesschrijver vertelde….

De moraal van Duimelijntje

Duimelijntje is een sprookje over schoonheid, onschuld en het lot. Het lot bepaald je toekomst en zelf moet je er maar het mooiste van maken. Maar als je goed doet en blijft volhouden dan zal op het eind alles goedkomen.

 

Lees ook de andere sprookjes!

Related Posts

Geef een reactie

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten